
De geschiedenis van ruimtegeneeskunde is fascinerend maar ook schokkend. In 1949 werd de eerste afdeling voor ruimtegeneeskunde opgericht aan de Amerikaanse luchtmacht in Texas. Deze afdeling was essentieel om te begrijpen hoe de ruimte het menselijk lichaam beïnvloedt, vooral met het oog op toekomstige ruimtevluchten naar Mars.
De oprichter, generaal Harry Armstrong, verzamelde wetenschappers en artsen om de gevaren van de ruimtevaart te bespreken. Onder hen was Hubertus Strughold, die bekend staat als de vader van de ruimtegeneeskunde. Strughold werkte eerder voor de Duitse luchtmacht en kwam naar de VS via een geheim programma. Dit roept vragen op over de morele implicaties van zijn werk, aangezien sommige van zijn onderzoeken in nazi-Duitsland werden uitgevoerd met verschrikkelijke methoden.
Onder Strughold's leiding werden belangrijke onderzoeken gedaan naar de effecten van ruimtevaart op de mens. Experimentele studies toonden aan dat ruimtevaart niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke uitdagingen met zich meebrengt. Astronauten ervaren bijvoorbeeld veranderingen in hun gezichtsvermogen en hartfunctie. Recent onderzoek laat zien dat deze veranderingen vaak omkeren na terugkeer naar de aarde.
Met de aanstaande Artemis II-missie, die verder de ruimte in gaat dan ooit tevoren, krijgen wetenschappers de kans om te onderzoeken hoe mensen reageren op nog extremere omstandigheden in de ruimte. Dit is cruciaal voor de toekomst van menselijke ruimtevaart naar Mars.